|
Ongeveer 10 jaar geleden, ik wist nog niet dat ik ADHD had, ging ik met mijn toenmalig gezin kamperen: man, vrouw en 3 zoontjes - 12, 5 en 2 jaar oud. Mijn man was zeer sceptisch, had nooit eerder gekampeerd. Zijn keuze was hotel-zon-zee-strand, maar daar was geen budget voor. Mijn broer had met enkele bevriende gezinnen een boerderijcamping gevonden in de Rhônevallei, tegen een helling aan. Hij zou mijn oude lorren van tenten al meenemen op zijn aanhangwagen. Daar lagen al 2 ijskasten op, echte houten tuinstoelen, en tafels, en een gigantische partytent en nog veel meer. Het leek meer een soort verhuis. In mijn familie is dat allemaal gewoon.
Wekenlang had ik al het kampeergerief verzameld. Slaapzakken, matjes, kookgerief, buggy, kampeerbedje,..
Onze gezinswagen was een kleinere monovolume waar je, achter in de koffer, nog 2 zitplaatsen extra uit de vloer kon toveren. Bovenop hadden we een dakbak gezet.
3 dagen voor vertrek gingen opeens onze pleegdochter van 10 en een neefje van 13 ook nog mee. Impulsief? Zeker. De bagageruimte verminderde dus drastisch, terwijl de bagage vermeerderde. Ik bleef optimistisch. Ik pakte in en zette alles klaar op de 2de en 3de verdieping.
We zouden om 18 uur vertrekken. Ik gaf boven alle bagage aan de kinderen, die droegen die naar beneden. Mijn man zou de auto laden. Een uurtje na het geplande vertrek (ja wat dacht je?), kwam mijn stiefzoon van 12 het laatste pak halen: “Papa zegt dat je kan kiezen: ofwel haal je de helft uit elke valies, ofwel zullen we met 2 auto’s naar Frankrijk moeten rijden”.
Ik rende naar beneden, zag alles bij elkaar staan. Het was duidelijk veel te veel. Mijn man was teneinde en tierde: “Ben je van plan ginder te gaan wonen?” De kinderen begonnen op dat moment te zeuren over eten.
Ik zou nu graag kunnen vertellen dat we er hartelijk om lachten en samen een oplossing vonden, maar zo was het niet. Mijn man begon allerlei dingen uit de bagage te gooien. Enkele spullen overleefden dit niet. Ik probeerde helder te oordelen tussen meenemen en thuis laten. 3 weken had ik erover gedaan om zorgvuldig alles uit te zoeken, ik was zeker dat ik er niks van kon missen. De boosheid van mijn man verlamde mijn denkvermogen. Mijn hersenkortsluiting triggerde zijn woede. Het hersorteren werd vogelpik. Zelfs dat duurde heel lang.
Rond 11 uur ’s nachts vertrokken we, met 5 ontregelde kids in de auto, beeld zonder klank achter het stuur, en ik er verward naast, nog steeds panisch bezig met pogingen tot concentratie: heb ik de deur wel op slot gedaan? Heb ik genoeg handdoeken bij? Zijn alle slaapzakken in de auto geraakt? Hebben we de paspoorten bij?
Pas 1000 km verder zou ik ontdekken dat ik slechts 4 luiers bij had, en dat de bokes voor onderweg ergens in huis lagen te beschimmelen. De volgende dag rond 18 uur waren we ter plekke: een hemelse plek, hoog boven de Rhônevallei, prachtig en rustig. Ik zette alle tenten alleen op, (mijn eega was nog steeds boos) en regelde de slaapplaatsen. Tegen slaaptijd had iedereen een bedje: de bungalowtent en de caravanvoortent had ik aan elkaar gebonden. In de binnentent lagen 2 bedjes voor onze kleintjes. En ernaast stond een binneniglo voor mijn man en mij. In de voortent stond al de bagage. Daarnaast stond de grote Canadees (punttent) met in de binnentent onze 2 grote jongens en in de voortent daarvan het kruiptentje voor onze pleegdochter. Krijg dat maar es klaar zónder ADHD! Mijn broer had voor iedereen spaghetti die avond. Hij kent slechts 2 gerechten: spaghetti en barbecue.
Ik dacht dat het leed geleden was. Die nacht kotste onze jongste 3 keer zijn slaapset onder. De eerste ochtend maakten we dus kennis met de wasserette van het dorp. De volgende avond kreeg mijn man astma en had zijn medicatie niet bij, en ook geen voorschrift. Dus de volgende dag, zondag, brachten we door met zoeken naar dokters en apothekers van wacht.
Enkele rustige dagen volgden. De kleine jongens amuseerden zich heel goed en onze pleegdochter had haar allerheerlijkste vakantie. Onze grote jongens vonden het saai, geen lunaparken, geen speelgoedwinkels,… alleen natuur…
Er was nogal veel wind. Mistral heet dat daar.. Het repareren en vastmaken van de partytent aan de frigo en de landrover, werd een dagelijkse sport. Mijn man vond het maar niks. Hij verlangde naar een clubhotel, met tenniscourt en verwarmd zwembad. Het was ofwel heel heet, ofwel opeens koud en met harde buien. Een beetje ADHD-weer eigenlijk, onvoorspelbaar..
Na ongeveer een week kwam, laat op een middag, de Mistral plots fel opzetten. Op het kleine plateau, vlak tegen de steile bergwand, rukte de wind aan de tenten. De sport werd een gevecht. Het begon te gieten, terwijl de wind nog toenam en de tent ontsnapte aan onze greep. Toen het dak boven ons wegvloog, was de spaghetti bijna klaar. Er volgde een supersnelle noodvolksverhuis met alle wagens en de aanhangwagens naar de schuur van de boerderij. 10 minuten later stond de spaghettisaus te pruttelen boven ons eigen vuur naast onze eigen ijskasten, in de lekker droge schuur. ADHD-ers zijn slechte planners, maar goeie crisismanagers.
De wind nam nog toe. Even later scheurde mijn bungalowtent, en de Canadese punttent trok kapot. Ik zag dat het kleine ronde zwembadje, vol water, werd opgetild en leeggegooid, waarna het als een wagenwiel over de velden vloog, zo snel dat het na 10 seconden niet meer te zien was. Ik gooide als een gek al onze tenten plat, en smeet alle slaapspullen in de auto. Een kwartier later ging de wind liggen en begon het echt te gieten. Vrijwel onmiddellijk stond er op ons plateau 20 cm water.
Die avond sliepen we in de “bibliotheek”, een stenen rommelkot vol spinnen en boeken, met muren van een halve meter dik. Ik voelde me benauwd in dat stoffig hok. Met alle kinderen naast ons, veilig slapend in hun bedjes, bekende mijn man: “Dit is de eerste nacht dat ik me veilig voel.” Ik was blij er ’s morgens weer uit te mogen, en maakte meteen plannen om de tenten - of wat er van over was - om te bouwen tot een onderkomen, maar voor mijn moegetergde echtgenoot was het genoeg geweest. Dus... bolden we naar huis. Op mijn vraag “Nu wil je zeker nooit meer kamperen?” antwoordde hij: “Erger dan dit is onmogelijk, dus het kan enkel maar beter worden.”
Hij wist nog niet dat we het volgende jaar met 1 dag vertraging zouden vertrekken omdat zijn vrouw, ik dus, per se de 2dehands campingcar - die hij nooit heeft leren mee opzetten - nog even wilde repareren, zodat het ding volkomen uit elkaar lag op het geplande moment van vertrek… Waardoor hij kamperen voor eeuwig haat.
|